perceptievermogen

Wat is de realiteit?

Het is een uitdaging om concepten te definiëren die als vanzelfsprekend worden beschouwd. Want eenmaal je een sluitende definitie probeert te vormen, merk je al snel dat de dingen vaak niet zijn wat ze lijken.

Wat verstaan we bijvoorbeeld onder het begrip ‘realiteit’? Wat bedoelen we precies als we zeggen dat we ‘realistisch’ moeten zijn?

Stilzwijgend en quasi unaniem nemen we aan dat de realiteit een vaststaand gegeven is. Iets waar we niet omheen kunnen. Vanuit die veronderstelling voelen we ons vaak geworpen in de realiteit, als een toevalligheid dat onderhevig is aan externe wetten. De realiteit wordt dan als positief of negatief geïnterpreteerd. Gunstig of ongunstig. Als iets waar we dienen mee rekening te houden.

We beperken onszelf ook door te stellen dat het ‘onrealistisch’ is om bepaalde dingen te denken of verwachten. Want we gaan ervan uit dat we ons moeten aanpassen aan de realiteit rondom ons.

Maar wat de realiteit geen op zichzelf staand fenomeen is? Wat als de realiteit een product is van onze gedachten en interne leefwereld? Het interessante aan deze stelling is dat ze wetenschappelijk onderbouwd kan worden, gestaafd op zogenaamde harde feiten.

Het is namelijk een feit dat de manier waarop wij onze realiteit ervaren afhankelijk is van ons perceptievermogen. En dat perceptievermogen bestaat uit onze hersenen die externe prikkels omzetten naar een verstaanbaar en gemakkelijk hanteerbaar geheel. Verstoorde hersenfuncties of psychische aandoeningen tonen aan dat de realiteit veranderlijk is.

Kortom: wat je ervaart, is wat je zelf maakt. De hersenen creëren een logica die gericht is op zelfbehoud en overleving. Het is niet te bewijzen, maar we gaan ervan uit dat iedereen met ‘normaal’ functionerende hersenen min of meer hetzelfde ervaart. Als er iemand iets beweert dat niet strookt met het algemeen aanvaarde idee over wat de realiteit is of niet is, dan twijfelen we aan de functies van het perceptievermogen van die persoon.

Stel dat de realiteit inderdaad iets is dat buiten onszelf bestaat, iets dat zonder bewustzijn of perceptie voort blijft bestaan. Wat als de realiteit geen levend wezen nodig heeft om te kunnen zijn? Wat voor iets is de realiteit dan? Hoe zou je dit omschrijven?

Dit is een vraag die zich zeer moeilijk laat beantwoorden omdat het onmogelijk is om ons voor te stellen wat de realiteit is zonder ons bewustzijn. We zitten als het ware gevangen in ons perceptievermogen en kunnen daarom de realiteit niet interpreteren of omschrijven als iets dat los van onszelf bestaat.

Het concept realiteit is eveneens iets dat we zelf bedacht hebben, zonder menselijke interactie is er niets dat als dusdanig wordt aangeduid of gecategoriseerd. Wanneer de realiteit als een fenomeen wordt afgebakend, dan impliceert dit dat het tegengestelde van de realiteit ook moet bestaan. We denken te weten wat de realiteit is en wat ze niet is. Maar we kunnen dit slechts beoordelen binnen de beperkte grenzen van ons perceptievermogen. Dus eigenlijk kunnen we onszelf alleen maar iets wijsmaken en binnen het kader van die illusie afspraken maken.

Dat de realiteit veranderlijk is en onderhevig aan het perceptievermogen is een feit. Want elk levend wezen op aarde ervaart de realiteit op een andere manier. Zo zal de realiteit van een bacterie er anders uitzien dan de realiteit van een dolfijn. Er zullen ongetwijfeld wel mensen zijn die ervan overtuigd zijn dat het perceptievermogen van de mens superieur is ten opzichte van dat van andere wezens. En dat daarom de realiteit die een mens ervaart de ‘juiste’ perceptie is. Zulke denkwijze functioneert zeer nauw binnen de beperking van de eigen vermogens. Een denkwijze die mij interessanter lijkt, gaat ervan uit dat de perceptie van elk levend wezen een bijdrage levert aan het concept realiteit. Dat elke visie, elke bewustzijnsvorm, een elementair en evenwaardig deeltje vormt van de algemene ervaring van het leven. En we kunnen het denkveld zelfs nog breder open trekken door niet alleen levende wezens capabel te achten om een realiteit te ervaren. Want wie zegt dat planten geen realiteit ervaren? Of rotsen? Of de tafel waarop ik nu aan het schrijven ben?

Misschien ben ik ondertussen de aandacht van een deel van mijn lezers verloren. Het stellen dat een tafel een vorm van bewustzijn heeft, is voor veel mensen dan ook een brug te ver. En ik kan dat begrijpen. Maar anderzijds vraag ik me ook af waar de grens dan precies getrokken wordt? Moeten we het concept realiteit linken aan het hebben van een zenuwstelsel en hersenen? Of nemen we de percepties van de plantenwereld er ook nog bij als willen weten waar het ervaren van de realiteit precies eindigt en begint?

Het lijkt me alleszins wel duidelijk dat de realiteit zich minder gemakkelijk en afgelijnd laat definiëren dan dat veel mensen denken. Als men mij dan ook het advies geeft om ‘realistisch’ te zijn, dan kan ik daar weinig betekenis aan geven. Of toch niet de betekenis die het gros van de mensen voor ogen heeft bij het horen van die woorden.

Ik leef volgens de wetenschap die zegt dat ikzelf verantwoordelijk ben voor mijn realiteit. Alles wat ik als realistisch beschouw, kan zich manifesteren in mijn realiteit. Ik wacht niet op gunstige omstandigheden, maar ik creëer zelf mijn omstandigheden. En daarmee bedoel ik dat de keuze om op een bepaalde manier ergens op te reageren geheel bij mezelf ligt. Wat ik denk, ervaar en voel is het product van mijn perceptievermogen. Het is aan mij om dat perceptievermogen zodanig af te stellen dat ik er baat bij heb.

Ik ben ook kritisch als het gaat over de percepties waarmee mijn hersenen komen aandraven. Want ik weet dat ze vaak veiligheidshalve vanuit gewoonte ontstaan. Mijn ingebakken, aangeleerde responsen en interpretaties zijn niet altijd de meest gunstige of slimste. Mijn tekst genaamd ‘Het brein en ik’ sluit naadloos aan bij deze slotwoorden.