Mijn focus groeit uit ruis

Ik leg mijn oor tegen de grond, beluister muren en hoeken. Na het ontkoppelen van diverse stekkers en het onderzoeken van toestellen in en rond huis concludeer ik dat het geluid niet van bij mij komt. Toch blijf ik zoeken en raden. Mijn brein denkt controle te kunnen verwerven door het te begrijpen. Maar het is zoals met de diagnose van een ziekte: het benoemen en categoriseren van kwalen, lost ze niet op. Iets begrijpen garandeert niet dat je het kan transformeren.

Het geluid is nieuw sinds een aantal weken. Er was al een constant laag gezoem waar ik doorheen de jaren vrede mee gesloten heb, vergelijkbaar met een generator die ergens in de verte staat te trillen, maar nu is dit geluid erbij gekomen. Het nieuwe geluid klinkt als een soort waterpomp die met onregelmatige intervallen aan en af slaat. Het is dat onregelmatige ritme dat het zo doet opvallen. Van het moment dat het geluid stopt, valt de reeds geaccepteerde soort van ‘stilte’ van voorheen weer als een warm deken over me heen. Het stopt telkens slechts voor enkele minuten of seconden. Mijn gekke geest kwam al op het idee om de intervallen van stilte te timen, om te zien of er misschien een patroon in zat. Allerlei absurde ideeën dienden zich aan met de wens om te begrijpen wat ik niet kan veranderen.

Als het op omgaan met geluidsoverlast aankomt, voel ik me doorleefd. Levend als een hypersensitief wezen in een druk bevolkte welvaartsmaatschappij, waar iedereen wel over één of andere zeurende machine beschikt die instaat voor comfort of onderhoud, waar eenzame blaffende honden meer regel dan uitzondering zijn en bluetooth speakers vrolijk beats de ether in knallen, heb ik al heel wat training in wat je ‘mindfulness’ zou kunnen noemen, achter de rug. Met enige trots en opluchting dacht ik mezelf verlost te hebben van de frustratie over lawaai. Ik was door processen gegaan en had mijn focus weten te verleggen. Want dat is dan ook het sleutelwoord van dit hele gegeven: focus! Wie zijn focus kan beheersen is een vrij mens, zo klinkt het inzicht dat eruit voortkwam.

Maar na een aantal lessen vruchtbaar te hebben afgerond, komt natuurlijk het examen. Het levensspel brengt van tijd tot tijd een uitdaging die ik een ‘bosslevel’ noem. Een level of stadium dat alle voorgaande oefeningen en lessen samenvat in één groot monster van een uitdaging. Alsof het universum wil testen of de transformatie die ik doorgemaakt heb wel gegrond is, stevig geworteld zit. Dit nieuwe geluid test mijn mentale oriëntatie. Het laat zich niet uitblokken met oordopjes, integendeel, ik hoor het zelfs nog beter met afgesloten oren. Ook lijkt mijn huisje als een soort klankkast te fungeren, want ik hoor het ook beter binnenshuis dan buiten. Ik vermoed dat de trillingen via de grond tot mij komen en zo doorheen mijn gebeente vibreren. Er is geen fysieke manier om eraan te ontsnappen, tenzij misschien verhuizen dan, een gedachte die doorheen de jaren wel eens de kop opstak. Maar het idee dat ik niet kan vluchten van triggers zou met mij mee verhuizen. De triggers zouden enkel veranderen, niet verdwijnen. Want de sleutel ben ikzelf natuurlijk, niet mijn omgeving. Paradoxaal genoeg woon ik al op een plek die mensen als ‘rustig’ omschrijven, in een klein huisje in de natuur, maar het blijft wel het immer bedrijvige Vlaanderen.

Deze tekst had ik een paar dagen geleden als oninteressant gezeur van een overprikkeld mens geklasseerd en wou hem dan ook half geschreven laten liggen. Ware het niet dat ik online op een artikel botste waarin beschreven wordt hoe een ondefinieerbaar laag brommend geluid een man tot waanzin drijft. Die man was overgegaan tot stappen die voor mij geen optie lijken, zoals het contacteren van instanties. Maar er was alsnog geen verlossend antwoord gekomen. In het artikel werd het probleem serieus genomen, men had er zelfs een term voor: LFG of laagfrequent geluid. Het zijn geluiden tussen de 20 en 125 Hz, lage tonen die zeer grote afstanden kunnen afleggen en dwars doorheen muren en isolatie trillen. Toen ik de reacties onder het artikel opende, vond ik tot mijn verbazing sympathieke bijval in plaats van de ongevoelige kritiek die ik had verwacht. Tal van mensen leken hiermee te maken te hebben.

De erkenning en herkenning die ik vond via dit artikel trok me over de schreef om er toch over te schrijven. Het lijkt mij dat de sensitiviteit van het collectief gestaag aan het verscherpen is, dat er met andere woorden steeds meer mensen gevoeliger worden. Die verhoogde gevoeligheid uit zich in de eerste plaats vaak in ongemak, maar het is dankzij dat ongemak dat er uiteindelijk transformatie of vergroting van het bewustzijn kan plaatsvinden. Gevoeligheid krijgt langzaam maar zeker weer een plaats in deze met ratio dicht geplamuurde maatschappij. Het is een traag proces dat mij enige hoop geeft.

Overlevend tussen warmtepompen, windturbines, koelinstallaties, generatoren, compressors, ventilatiesystemen, dreunend vrachtverkeer, servers, ongedierteverjagers, elektriciteitscabines en tal van andere machinerie, krijgt het zenuwstelsel van een fijngevoelig mens dagelijks heel wat te verduren. En dan zijn er nog de ultrasone trillingen die we niet kunnen horen, maar die het lichaam wel opvangt. Geen wonder dat ik zo snel op de grenzen van mijn energievoorraad bots. Er is zoveel dat ik onbewust te verwerken krijg. Iets uitblokken of negeren kost natuurlijk ook energie.

Onlangs werd ik eraan herinnerd dat iets uitblokken of negeren niet hetzelfde is als de focus verleggen. Ik vind het niet evident om dat verschil te omschrijven. Het lijkt me dat negatie alsnog een soort van onzichtbare energetische verbinding in stand houdt met het te negeren onderwerp. Het negeren of uitblokken blijft doorgaan zolang het te negeren onderwerp zich voordoet. Terwijl ik het verleggen van de focus als een onafhankelijk zoeklicht kan zien, als een soort spot die zich ergens op richt. Het licht, of de aandacht, die ik op een bepaald onderwerp laat schijnen is niet verbonden aan een externe situatie. Dat licht is er altijd, het schijnt onvoorwaardelijk.

Dat licht is de aandacht of focus die ik ergens aan kan schenken. Ik kom erop uit dat dit het meest waardevolle is dat ik ‘bezit’. Of dat ik ben? Ik zie mijn licht niet schijnen zoals een lamp, maar eerder als een projector, want ik creëer tegelijk ook wat ik zie. Dit projector-gegeven zou ik nog verder kunnen uitdiepen, maar het punt dat ik hier wil maken is: leven is schijnen en creëren. En  meester zijn over de focus is cruciaal in deze wereld om gezond te blijven. Er zijn immers maar al teveel afleidingen, zoveel dat om onze aandacht roept.

Waar mijn aandacht naartoe gaat, daar gaat mijn licht, energie en levenskracht naartoe. De lage bromtoon die zich nu als extra afleider in mijn leven heeft aangediend, kroon ik tot de zoveelste motivator om mij te focussen. Het had de druppel kunnen zijn die mijn emmer vol prikkels en uitdagingen deed overlopen, maar ik kies er bewust voor om het een stimulans te laten zijn die mij naar binnen drijft. Het herinnert mij aan de kracht van mijn focus en de vrijheid die er is om die op elk mogelijk onderwerp te schijnen. Ik zet daarmee ook de spot op het ongenaakbare in mij: dat wat immer stabiel, stil en oneindig is. Het is mijn essentie die al het vergankelijke ervaart, maar in wezen altijd heel en volledig is.

Ik kan het misschien wel lyrisch verwoorden, maar natuurlijk is er ook weerstand, frustratie en boosheid. Het is van belang gebleken dat deze emoties en gevoelens in beweging blijven. Erin blijven hangen door ze dagelijks te voeden met aandacht is moordend. Ik kan ze op z’n minst als een vruchtbare ondergrond gebruiken. Zo bevat het vuur van boosheid een stuwkracht die de koers van mijn aandacht kan wijzigen. Een boosheid die zegt: ik laat me niet afleiden, leegzuigen of verstoren. En de weerstand en frustratie tonen mij waar er oude energieverslindende patronen liggen waarmee ik mezelf hinder. Patronen die mij zodanig uitputten dat ik het verlangen om iets te veranderen bij mezelf sterker voel worden. Het is de wrijving die de stroom vertraagt en doet stilstaan bij wat er getransformeerd wil worden.

Het gaat natuurlijk met ups en downs. De ene dag is mijn focus al wat scherper dan de andere. Het is een proces. Zonder enige rustpunten in dat proces is het niet leefbaar, die moeten er op één of andere manier wel zijn. Tussen alle herrie vind ik gelukkig wel nog gaten of intermezzo’s van waaruit ik alles kan laten bezinken en opnieuw rangschikken volgens prioriteit. In de spaties van het bestaan vind ik de klaarheid die nodig is om mijn focus scherp te stellen. Het is eigenlijk zoals het afstellen van een lens. Iets ontwijken, afblokken of proberen te negeren zijn als vlekken op die lens. Het bekrachtigen en verfijnen van onze projectorlens is een ander werk dat volgens mij zuiverend werkt.

Zoals je wel doorhebt, gaat deze tekst niet over geluidsoverlast, maar over innerlijke focus. De geluidsoverlast was in dit geval het middel of de uitnodiging om daartoe te komen. En zo beschouw ik elke externe uitdaging als een motiverende duw richting mijn essentiële Zelf. Ik heb niet het gevoel dat ik alles al helemaal klaar zie, laat staan dat ik dit kan beschrijven zonder mezelf ergens tegen te spreken. Ik vertrouw er hier weer op dat er tussen de lijnen gelezen kan worden. Dat je als lezer doorheen de woorden prikt en daarbij misschien de herkenning voelt die verbondenheid bevestigt. Want de bewegingen van persoonlijke processen deinen steeds uit in de poel van het collectief.

Foto door Dries Luyten